

| 08 April 2010 |
Recentelijk heeft de 1e Kamer van ons Parlement het lang voorbereide Wetsvoorstel Affectieschade onverwacht van de hand gewezen. Al diverse malen heeft de wetenschap en de burgerij zich uitgesproken vóór het voornemen om schadevergoeding toe te kennen aan slachtoffers van ernstige geweldsdelicten en zware verkeersongevallen wanneer ze daarmee direct geconfronteerd worden en daardoor zelf letsel oplopen: psychisch of lichamelijk. Een bekend arrest is het taxibusarrest waarbij een kind werd overreden door een auto en waarbij de aan komen snellende moeder de herseninhoud van haar kind op straat zag liggen. Ze decompenseerde psychisch volledig en en kreeg van de rechter schadevergoeding uitgekeerd: affectieschade. Ons kantoor heeft dat soort schadevergoedingen meermalen gevorderd en verkregen. Veel minder overtuigend, om niet te zeggen paternalistisch, was het normatieve argument dat menselijk leed niet ‘behoort’ te worden vertaald in geld. Kennelijk ook niet als het bedrag beperkt blijft. Ook zou een financiële compensatie geen erkenning voor emotioneel verlies kunnen vormen. Dat wringt. Nu kunnen alleen materiële gevolgen op de dader worden verhaald: de kosten van de begrafenis. Wel voor de kist betalen, maar niet voor de leegte en het verdriet? Dat past niet meer. Het gemiddelde slachtoffer blijft met zo’n cynische en beperkte compensatie in de kou staan. |
Terug |
| |||||||||